QUEUE 2020 | Art project2020 In 2020 bracht de wereldwijde COVID-19-pandemie het openbare leven abrupt tot stilstand. Terwijl lockdowns wereldwijd werden ingesteld, werd ook de nachtcultuur hard getroffen. Clubs en uitgaansgelegenheden moesten de deuren sluiten, en in een stad als Berlijn, waar het nachtleven een essentieel onderdeel is van de stedelijke identiteit, liet dit een diep gat achter. Een van de meest iconische clubs die hierdoor getroffen werd, was Berghain.
Berghain, bekend om zijn legendarische weekenden, exclusieve sfeer en mysterieuze deurbeleid, werd plotseling een symbool van een stilgevallen scene. Het deurbeleid van de club, dat selectief bepaalde wie wel en niet naar binnen mocht, was al jarenlang voer voor discussie en fascinatie. Weekend na weekend stonden clubgangers urenlang in de rij in de hoop toegelaten te worden. Toen de pandemie toesloeg, verdween deze ervaring in één klap, wat leidde tot een diep gemis onder liefhebbers van de elektronische muziekcultuur.
De vraag rees: wat zou er gebeuren als Berghain opnieuw zou openen, maar met de toen geldende coronamaatregelen? Hoe lang zou de rij worden als iedereen anderhalve meter afstand moest houden? En hoe zou zo’n beleid binnen gehandhaafd kunnen worden? Geïntrigeerd door deze gedachte besloot ik een experiment uit te voeren. Met behulp van een mal en stoepkrijtverf spuitbussen markeerde ik op de grond lijnen om de anderhalve meter afstand te simuleren.
Wat begon als een persoonlijke creatieve uiting, groeide uit tot een internetfenomeen. De volgende dag werd het experiment opgepikt door Resident Advisor en Berlin Club Memes, twee invloedrijke kanalen binnen de elektronische muziekscene. Op Instagram verspreidde het zich razendsnel, en al snel werd de gemarkeerde wachtrij een bedevaartsoord voor clubgangers die hun geliefde Berghain misten. Mensen kwamen langs om de situatie met eigen ogen te zien en te reflecteren op de absurditeit van de pandemie en de impact ervan op de nachtcultuur.
De impact van de pandemie op de Berlijnse clubscene was echter geen luchtig onderwerp. Veel clubs, waaronder Berghain, worstelden met de gevolgen van langdurige sluitingen. Berghain transformeerde tijdelijk in een kunstgalerie om financieel te overleven, terwijl andere clubs afhankelijk waren van staatssteun of crowdfunding (Bron: Resident Advisor, 2020). Het belang van clubs als cultureel erfgoed werd door de pandemie onderstreept en leidde tot initiatieven om de scene te beschermen. De clubcultuur werd in Berlijn zelfs erkend als cultureel erfgoed, wat de relevantie ervan nogmaals benadrukte (Bron: The Guardian, 2021).
De wachtrij die ik markeerde, werd uiteindelijk een symbool voor iets groters dan alleen Berghain. Het weerspiegelde het collectieve verlangen naar samenzijn, muziek en vrijheid—elementen die onlosmakelijk verbonden zijn met het nachtleven. De pandemie legde deze behoefte pijnlijk bloot, en ondanks de creativiteit en humor waarmee mensen omgingen met de situatie, bleef het gemis voelbaar.
Vandaag, nu de clubscene weer tot leven is gekomen, is het interessant om terug te kijken op die periode en te beseffen hoe belangrijk nachtcultuur is als sociaal bindmiddel. De wachtrijen zijn terug, de muziek klinkt weer door de muren van Berghain, de legendarische weekenden zijn opnieuw een feit, maar de herinnering aan de tijd waarin we op anderhalve meter afstand in een onzichtbare rij stonden, zal nog lang blijven hangen.